![]()
De stichting SaMENS zet zich in voor INCLUSIEF ONDERWIJS. Dit is onderwijs waarbij elk kind welkom is ongeacht IQ, handicap, ras, religie, sekse of sociale klasse. Waar het kind in de klas zit met zijn of haar leeftijdsgenoten en waar de leerkracht elke ondersteuning krijgt die nodig is om elk kind in de klas passend onderwijs te kunnen geven.
De stichting vindt dat een inclusieve samenleving op school begint. Daar leer je met elkaar spelen en respect hebben voor elkaar. Wij vinden het belangrijk dat kinderen met verschillen leren omgaan en rekening houden met een ander. WAAR KINDEREN SAMEN LEREN, LEREN ZE SAMEN TE LEVEN. Ieder kind is uniek en daarom verdienen ze allemaal een speciale benadering. De stichting vindt ook dat school een driehoeksverhouding moet zijn tussen school, ouders en het kind waardoor er een soort samenwerking ontstaat en je verantwoordelijkheden kunt delen. Maar iedereen die behulpzaam kan zijn om kinderen iets te leren. Bijvoorbeeld iemand uit de samenleving die iets komt vertellen of iemand die met pensioen is en graag nog wil helpen.
| We zijn allemaal anders, maar niet beter of minder dan de ander. |
| Niet moeten, maar ont-moeten bepaalt de koers. |
| Proficiat met je hoge CITO-score!* *let op: In het verleden behaalde resultaten geven geen garantie voor de toekomst. |
| Het gaat niet om de uitkomst, maar om de interpretatie ervan. |
| Als hij doet waar hij goed in is, doet hij niet waar ik een hekel aan heb. |
| Sommige leerkrachten vinden kinderen begaafd als ze zich aanpassen aan de verwachting. |
| Een 5- of een 7 zegt niets over de kwaliteit van je leven. |
| Hoe worden ze allemaal de slimste van de klas? |
| Administreer je de achterstanden, of organiseer je kansen? |
Wij gaan praten op scholen om kinderen met een beperking een plek te geven op een reguliere school. We praten dan over de meerwaarde die het heeft voor beide partijen. We proberen mensen te verleiden anders te kijken naar mensen (met een beperking) en ze bewust te maken van de vooroordelen die we vaak hebben. We willen graag de kans krijgen om te laten zien wat er allemaal mogelijk is en dat we allemaal rijker worden als we elkaar beter leren kennen. En daar vragen we de gelegenheid voor.
Ook zijn we als stichting in gesprek met de politiek. Wij willen graag dat het onderwijs op een andere manier vorm krijgt waardoor kinderen als vanzelfsprekend niet meer buiten gesloten worden.
We hebben meegedaan met de koersgesprekken waarbij de politiek in gesprek gaat met mensen uit het veld. Kijk ook op www.minocw.nl/koerspo.
We hebben op woensdag 20 april een manifest Geen leerplicht zonder leerrecht aangeboden aan een aantal tweedekamerleden. Samen met alle groeperingen die buiten de boot vallen (bijvoorbeeld kinderen met ADHD, dislectie, hoogbegaafd of zwak begaafd) willen we dat ieder kind het recht heeft om te leren dat wat bij hem of haar past en niet dat alle kinderen in één systeem gepushed worden. Speciaal Onderwijs is een dienstverlening en géén plek waar je naar toe gaat. Dus alle kinderen naar één school, waar je elkaar leert kennen, respecteren en omgaan met verschillen.
Maar op de politiek willen wij niet wachten. Goede voorbeelden neerzetten en laten zien wat er mogelijk is, dan maken wij ons eigen beleid en komt de politiek van zelf wel.
Geen leerplicht zonder leerrecht!
In Nederland zijn vele groeperingen werkzaam die zich elk van uit een eigen motivatie inzetten voor verbeteringen in het onderwijs. Vaak is deze motivatie ingegeven door de eigen niet altijd positieve ervaringen en tracht men de instanties die het Nederlandse onderwijs vorm geven te overtuigen van mogelijke verbeteringen. Soms gaat men verder en spreekt men zelfs van noodzakelijke verbeteringen omdat men geconfronteerd wordt met slechte leerresultaten en kinderen die sociale en emotionele problemen krijgen door onderwijs dat voor hen niet geschikt is. De onderwijs instanties staan niet altijd open voor deze deelbelangen, reden waarom een aantal groeperingen bij elkaar is gekomen om te bezien wat de gemeenschappelijke ervaringen zijn. Tot grote verbazing werd geconstateerd dat de ervaringen met het onderwijs van ouders van zwakbegaafde kinderen, van hoogbegaafde kinderen, van autistische kinderen, van ADHD kinderen, van kinderen met het syndroom van down, etc grote gelijkenis vertoonden. Het onderwijs lijkt uitstekend in orde tot het moment dat je een geschikte plaats probeert te vinden voor jouw kind dat een andere leerbehoefte heeft. Het regulier onderwijs weet daar dan vaak geen raad mee, heeft er geen capaciteit voor of bestrijdt eenvoudig dat de specifieke leerbehoefte aanwezig is.
Vertegenwoordigers van deze groeperingen hebben zich verdiept in de achtergronden en trachten het signaal af te geven aan overheid en politiek, dat het onderwijs dringend om aanpassing en vernieuwing vraagt.
Deze notitie is gebaseerd op de overtuiging dat alle kinderen het vermogen hebben te leren en het recht hebben zich een plaats in de samenleving te verwerven. Daarom is voor alle kinderen goed onderwijs noodzakelijk. Het onderwijs moet alle kinderen maximale ontplooiingskansen bieden ten aanzien van kennis, vaardigheden en houding.
Kwaliteit en uitval bij het onderwijs
De kwaliteit van het onderwijs is de bepalende factor voor de ontwikkeling van een land. In Lissabon is Nederland een van de ondertekenaars geweest van het voornemen om van Europa de meest dynamische kenniseconomie van de wereld te willen maken. Tegelijkertijd zien wij dat in eigen land het onderwijs in toenemende mate onderwerp van zorg en aandacht is geworden. Hoewel de OESO-rapporten Nederland plaatsen in de rij van landen met een goed georganiseerd onderwijssysteem, blijkt dit alleen te gelden voor onderwijs aan de gemiddelde leerling. Als leerlingen niet voldoen aan de veronderstelde gemiddelde instroomcriteria, dan heeft het onderwijs in Nederland nauwelijks een antwoord.
Hoewel de gemiddelde leerling nog behoorlijke resultaten behaalt, waren er in 2003 toch 63.849 (Min.v Onderwijs) voortijdige schoolverlaters. Dit zijn. leerlingen tussen de 18 en 23 jaar die de eindstreep niet haalden met een arbeidskwalificatie. Daarnaast zien we een toenemend aantal kinderen dat geen regulier onderwijs meer kan, mag of wil volgen. Een aantal daarvan zitten op particuliere scholen, maar een toenemend aantal zit gewoon thuis of hangt op straat. Een aparte categorie wordt gevormd door de kinderen die juist wel graag naar het reguliere onderwijs gaan, maar daar om diverse redenen niet geaccepteerd worden. Over de aantallen kinderen waarom het gaat is men het niet eens, maar een groeiend aantal particuliere scholen en andere opvanginitiatieven maakt zichtbaar dat het reguliere onderwijs niet aan alle kinderen een veilige haven biedt.
Waar gaat het dan mis en wat gaat er mis? Duidelijk is dat het regulier onderwijs niet meer over de volle breedte aansluit op de behoeften van de samenleving. Was het vroeger nog een feest als een kind zijn eerste schooldag beleefde, tegenwoordig is dat bij een aantal kinderen het begin van een groot drama. Centraal staat in de onderwijswetgeving de leerplichtwet die nog stamt uit 1900, (met een aanpassing in 1969), een tijd waarin een kinderbeschermingswet noodzakelijk was om kinderen te behoeden voor kinderarbeid. Hoewel de tijden veranderd zijn en ouders inmiddels terdege overtuigd zijn van het belang van goed onderwijs voor hun kinderen is deze wet nog steeds van toepassing. Erger nog is dat bij achterblijvende onderwijsresultaten steeds vaker naar de leerplichtregels wordt gegrepen om ouders en leerlingen te dwingen de school te bezoeken.
Onderwijs en Leerplicht
Iedereen weet dat kinderen erg leergierig zijn. Hoe is het dan te verklaren dat steeds meer kinderen met dwang naar school moeten worden gestuurd ? Leerplicht betekent immers niet dat er ook daadwerkelijk iets geleerd wordt, want leren is een individueel proces dat zich niet laat dwingen. Onderwijskundigen weten dat motivatie de belangrijkste factor is die het leerresultaat bepaalt. Zonder motivatie geen leerresultaat. Daar waar de gemiddelde leerling bij een gemiddeld leerprogramma zich nog wel thuis voelt, haken anderen die zich niet in het leerprogramma herkennen gewoon af. Vooral leerlingen die zich aan de “randen” van de groep bevinden hebben het erg moeilijk. Hierbij kan men denken aan kinderen met dyslexie, ADHD, autisme maar ook aan zwak- of hoogbegaafdheid. Het gemeenschappelijke is niet de ‘handicap’ maar het feit dat er geen speciaal programma is en het kind zich dus niet naar zijn eigen aard kan ontwikkelen. Voor de één gaat het te snel, voor de ander te langzaam en voor een derde blijkt de wijze waarop de stof moet worden opgenomen, niet geschikt of zelfs buiten de mogelijkheden te liggen. Het gevolg is dat een kind een aversie krijgt tegen leren en dan al gauw het stempel krijgt dat het leermoeilijkheden heeft. Daarna volgt het etiket van een kind met gedragsproblemen. Dit patroon kan zich voordoen bij alle kinderen, van zwakbegaafd tot hoogbegaafd. Het kind kiest zijn oplossing dan al gauw door niet meer mee te werken of te spijbelen, de school zoekt het dan vaak in een lager schooltype of soms zelfs verwijdering van school.
En weer begint er dan een nieuw drama.
In het voorgaande is een gang van zaken geschetst die voor komt, te véél voor komt. Maar bij de mensen die hier zelf of via hun kinderen het slachtoffer van zijn geworden leeft toch de overtuiging dat het anders kan en dat het ander moet. Het probleem is dat het door de overheid gereguleerde onderwijs vaak niet tegemoet komt aan de specifieke leerbehoefte van een individuele leerling. De regelgeving scheept zowel het onderwijs als de betreffende leerling op, met een ongewenste situatie en een verplichting om een onmogelijke samenwerking in stand te houden. In sommige gevallen verplicht de overheid kinderen, die niet meer willen, om naar school te gaan in andere gevallen worden kinderen die juist wel willen niet geaccepteerd of zelfs van school verwijderd.
Naast Leerplicht ook Leerrecht
Wij vragen nadrukkelijk van de overheid om deze eenzijdige focus op de belangen van de onderwijsorganisatie los te laten en ook aandacht te besteden aan een nieuwe factor n.l. het leerrecht van de leerling. Dan pas kunnen school en ouders gelijkwaardige partners worden, die gezamenlijk de verantwoordelijkheid nemen voor onderwijs dat afgestemd is op de specifieke kinderen die op een school aanwezig zijn. Dit betekent een kanteling van de uitgangsgedachte van het onderwijs, van aanbodgestuurd naar vraaggestuurd en naast de leerplicht ook het leerrecht. Leerrecht naast leerplicht is in Nederland nog een novum. Maar als uitgangspunt voor een nieuw onderwijsstelsel zeker de moeite van het beschouwen waard.
Het onderwijs is tenslotte verankerd in de verklaring van de rechten van de mens en ook in de verklaring van de rechten van het kind. Hierbij wordt aangegeven dat het kind recht heeft op onderwijs dat kosteloos is, maar in de lagere schooljaren wel verplicht. Belangrijk is echter dat ook wordt aangegeven dat de belangen van het kind het leidend beginsel behoort te zijn van hen, die voor zijn opvoeding en opleiding verantwoordelijk zijn. Deze verantwoordelijkheid berust in de eerste plaats bij de ouders. De Nederlandse wet op het basisonderwijs voegt hier nog aan toe dat het onderwijs zodanig wordt ingericht dat de leerlingen een ononderbroken ontwikkelingsproces kunnen doorlopen.
De dagelijkse praktijk laat zien dat de overheid wel de verplichting om het onderwijs te volgen bij het kind wil afdwingen, maar niet tegelijkertijd de scholen de verplichting oplegt om een ononderbroken ontwikkelingsproces mogelijk te maken voor alle leerlingen. Sterker nog, de overheid staat toe dat scholen onderlinge afspraken maken om elkaar niet te beconcurreren en zwarte lijsten te hanteren voor de aanname van leerlingen die het stempel ‘moeilijk’ hebben gekregen. Ouders die van hun kant leerrecht opeisen in de zin van de verklaring van de rechten van de mens en de wet op het basisonderwijs kunnen gewoon worden afgewezen. Vaak betekent dit dat het kind op geen enkele school meer geplaatst kan worden. Voor de goede orde wordt hier vermeld dat op vele scholen en bij het merendeel der kinderen van deze problemen geen sprake is. Maar er zijn ouders die alle grip op de situatie verloren hebben en letterlijk ervaren dat voor hun kind op geen enkele school plaats is.
Toch heeft ieder kind recht op een ononderbroken ontwikkelingsproces afgestemd op de mogelijkheden van het kind!
Oproep aan het onderwijs
Leerrecht is het onaantastbare recht van ieder kind om zich te richten op zijn volle ontwikkeling. Het zijn in de eerste plaats de ouders die hierbij een sturende rol mogen vervullen. Omdat steeds duidelijker wordt dat scholen niet altijd aanbieden wat kinderen willen leren en kinderen niet altijd willen leren wat scholen aanbieden, zijn er oneigenlijke sturingsprocessen ontstaan. Processen die niets meer te maken hebben met onderwijs of met de specifieke behoeften van het kind. Het zijn organisatieprikkels als verplichte aanwezigheid en geldstromen die moeten bereiken wat door de natuurlijke wetten van vraag en aanbod niet tot stand komt. Dit afstemmingsproces wordt nog verder verstoord doordat de onderwijs aanbiedende organisaties aangestuurd door het ministerie van onderwijs vaak gemakkelijker vat krijgen op de economische factoren van het onderwijs dan op de onderwijskundige processen. Iedere minister van onderwijs wordt geconfronteerd met de ijzeren wet dat zijn goede beleidsinitiatieven zich pas twee of drie kabinetten later in resultaten vertalen. Ander onderwijs op de scholen betekent anders gevormde leraren die op hun beurt ook weer anders gevormd moeten zijn door leraren met een nieuwe vorming. Het ingroeien van een nieuwe onderwijsvorm kost daarmee ca. 3 x 5 = 15 jaren. En toch moet het gebeuren! Reeds nu wordt gesteld dat vraagafhankelijk onderwijs de plaats van aanbod gestuurd onderwijs moet innemen. Een sterk afgedwongen leerplicht kan daarvoor geen alternatief zijn. Bovendien is het uiterst inefficiënt om voor alle leerlingen een repressie apparaat op te zetten omdat een beperkt aantal kinderen spijbelt. Laat het onderwijs eens uitzoeken waarom deze kinderen spijbelen en vervolgens voortijdig schoolverlater worden. Betrek hierbij de scholen, de ouders en de kinderen. Het resultaat zou wel eens niet alleen veel beter kunnen zijn, maar ook veel goedkoper.
Laten wij er in ieder geval voor waken dat er geen verplichting eenzijdig kan worden opgelegd zonder dat daar ook rechten aan zijn verbonden voor diegene waarvoor de verplichting geldt.
De ultieme definitie van leerrecht is het recht om zelf te bepalen wat je wilt leren, hoe je het wilt leren en wanneer je het wilt leren. De overheid mag zeker bepaalde minimumeisen stellen, maar heeft dan ook de verplichting hiervoor adequaat onderwijs aan te bieden. Als het onderwijs hierop gaat aansturen ontstaat er een nieuwe balans waarbij vraag en aanbod en leerrecht en leerplicht elkaar in evenwicht houden. Onderwijs moet er toe leiden dat ieder kind naar vermogen zijn minimale bijdrage aan de samenleving kan effectueren. De rechten van het kind en de verplichtingen van de school, en de verplichtingen van het kind en de rechten van de school, dienen op natuurlijke wijze met elkaar in evenwicht te worden gebracht.
Alleen op deze wijze ontstaat een natuurlijke ordening waarbij de vrijheid van het kind en de vrijheid van de school de ruimte bieden om desgewenst met elkaar een leerproces aan te gaan. Als dit proces tot stand komt betekent dit gelijkwaardigheid en respect voor elkaar, Veel van de hedendaagse frustraties bij ouders en scholen kunnen op die manier worden voorkomen. Alle partijen, school ouders en kind, hebben hier baat bij. In de eerste plaats het kind dat zich in volle vrijheid kan ontwikkelen en op basis van zijn bekwaamheid een nuttig lid van de samenleving te worden. Bij vraagsturing geeft het individu sturing aan zijn eigen leerontwikkeling. Dat wil zeggen dat het onderwijs, binnen grenzen, vrij kan zijn, waarbij elke leerling zijn of haar leerbehoefte zelf bepaalt, maar ook, weer tussen grenzen, zelf de gepaste onderwijsmethodiek kan kiezen. Dat betekent dus dat in het onderwijs het aanbod vooral didactisch gezien - meer afgestemd kan worden op de verschillen tussen leerlingen.
Zelfsturend onderwijs
Voor het hoger onderwijs wordt er reeds gesproken over een systeem van leerrechten. Dit houdt in dat iedere student voor zichzelf kan beoordelen waar hij zijn leerrechten kan en wil verzilveren. Leerrechten gaan samen met leermogelijkheden die door de onderwijsinstellingen worden aangeboden en die door de studenten kunnen worden afgenomen. Voorwaarde is dan dat er vrijheid van keuze is en dat er voldoende aantrekkelijke keuzemogelijkheden zijn. Leerplicht stopt met 16 jaar en vervolgens gaat men er van uit dat de student zelf wel zijn keuze kan maken. Zo ontstaat een zelfsturend leerproces waarbij de motivatie de prikkel is die tot leren aanzet.
De vraag dient zich nu aan waarom studenten wèl zelf zouden kunnen kiezen welke leerdoelstellingen zij willen verwezenlijken en op welke wijze en waarom ouders van leerplichtige kinderen dat niet zouden kunnen. En waarom zouden zij dat niet mogen ?
Het is bijna niet voorstelbaar dat een systeem waarbij men zelf zijn opleiding en leertraject kiest, niet veel goedkoper zal zijn dan een systeem waarbij leerplicht en dwang gehanteerd worden. Motivatie en goed gekozen eigen belang zullen het zeker winnen van leerplicht en dwang.
Waarom zouden we niet eens proberen het leerproces om het kind en de mens heen te bouwen i.p.v economische en maatschappelijke doelen eerst te vervullen en de kinderen als sluitstuk te gebruiken.
Laten we beginnen met invoeren van het leerrecht en vervolgens bezien of de leerplicht in zijn huidige vorm niet achterhaald is.
In ieder geval géén leerplicht meer zonder leerrecht!
De Verklaring van de rechten van het Kind, de Verklaring van de rechten van de Mens, de nieuwe Europese Grondwet, de Nederlandse Grondwet, de Nederlandse Onderwijswet maken dit niet alleen mogelijk, maar geven aan dat het eigenlijk ook zo moet.
Een Yslandse verhaal over het Nederlandse schoolsysteem
Op de website van de Nederlandse ministrie of onderwijs was het duidelijk: Kinderen met een handicap kunnen naar regulier onderwijs gaan en zij krijgen allerlei ondersteuning op reguliere scholen. Het was zo te zien, niet zo anders dan in Ysland. Wij gingen vol enthousiasme naar Nederland. Maar in de praktijk leek het anders te zijn.
Ik ben Hermína Gunnthórsdóttir, moeder van Breki (7) en twee meisjes, Árný (9) en Agla (5). Ik ben lerares en heb M.-ed in ‘educational science’. Ik wil mijn ervaring met het Nederlandse schoolsysteem met jullie delen. Breki is met spina bifida (open rug) geboren. Hij loopt met beugels tot de knieen en hij is incontinent. In juni 2000 zijn wij verhuisd naar Nederland omdat mijn man voor een Yslandse bedrijf in Rotterdam ging werken. Toen was Breki vier jaar oud. Wij hadden voor een Christelijke school in ons buurt gekozen. Onze kinderen waren ‘welkom’ op deze school, maar de directeur vertelde ons dat het onze verantwoordelijkheid zou zijn, de aanpassingsproblemen in verband met Breki´s handicap, binnen de school, op te lossen. Dit was een totaal andere attitude dan wij gewend waren in Ysland; daar zijn scholen verplicht zelf oplossingen te vinden en dat doen zij altijd samen met de ouders. Maar nu waren wij in Nederland en wij hadden geen ervaring met het Nederlandse schoolsysteem. Wij waren pas verhuisd en wij wisten niet waar wij hulp konden vinden voor ons probeem. Wij hebben met Breki´s dokter gesproken en hij heeft ons een telefoonnummer gegeven van een verpleegster, die op school zou kunnen komen om Breki te helpen met het wisselen van die luiers. De verpleegster kwam een keer per dag, op een vast tijdstip. Voor een persoon die incontinent is, is dat natuurlijk niet handig; je weet nooit wanneer je een nieuwe luier moet hebben.
Na een week hebben onze kinderen deze school verlaten. Wij waren niet blij met de attitude van de school en de hulp die Breki kreeg was niet praktisch en dus niet voldoende. Wij gingen naar een openbare school in onze buurt. Daar was de attitude een stuk beter. De directeur vertelde dat de extra hulp, die Breki nodig had binnen school opgelost kon worden, zonder hulp van buiten. reki heeft geluk gehad. Hij kreeg een fantastische juf die hem met open armen ontving. In de groep was ook een leerling, klasseassistente. Zij hielp Breki met het naar de w.c gaan. Maar zij was niet elke dag aanwezig en soms was zij ziek. De hulp binnen de school was niet constant voorhanden. Kortom, wij, de ouders, waren heel vaak op school om Breki te helpen, met luiers verwisselen, naar gym te gaan en met allerlei buitenschoolse activiteiten.
Nu zit Breki drie jaar op deze school. Na het tweede jaar was het de bedoeling dat hij naar groep drie zou gaan. Maar de juf wilde dat hij nog een jaar in de kleutergroep zou bijven. De redenen waren dat hij zijn Nederlandse taal beter moest ontwikkelen en dat hij zonder hulp naar de w.c moest kunnen gaan omdat er in groep drie geen extra hulp aanwezig zou zijn. Wij waren het niet met haar eens. Breki had de Nederlands taal goed geleerd en dat zou geen belemmering zijn. Hij kon al goed lezen in het Yslands, makkelijk rekenen met getallen van 1 tot 10 en hoger. Hij was helemaal klaar voor het leerproces. Maar dat leek niet de issue. De school focuste op zijn handicap meer dan op het feit dat hij op school zat om te leren.
Breki heeft een extra jaar de kleutergroep gedaan. Wij probeerden zo veel mogelijk thuis te werken. Het ging goed met Breki. De juf was blij met hem en zij vertelde aan het eind van dit extra jaar dat hij helemaal klaar was voor groep drie. Wij waren ook blij. Wij hadden hard gewerkt. Volgens ons was hij ver genoeg in zijn ontwikkeling om met groep drie te starten. Hij kon nu vloeiend lezen in het Yslands en Nederlands, het ging goed met rekenen en hij werkte hard aan zijn fijne motoriek.
Precies een maand voor de zomervakantie 2003 had de directeur ons uitgenodigd voor een gesprek over Breki’s overgang naar groep drie. Wij dachten dat dit de normale gang van zaken was. Helaas niet. Pas een maand voor de vakantie en de eerste dag dat Breki aan het wennen was in groep drie zei de directeur dat hij bang was dat Breki niet naar groep drie zou kunnen gaan op deze school. Voor ons, de ouders, was het een enorme schok. Breki had al drie jaar op deze school gezeten. De school had hem goed leren kennen. Maar pas nu zeiden zij stop. Waarom? De redenen van de school waren:
Wij waren verbaasd en teleurgesteld in de school. Wij waren het helemaal niet eens met deze stelling. Wij hadden een aantal kanttekeningen:
Ja, ik kan eigenlijk heel veel dingen opnoemen. Kortom, de school was bang om verder te gaan en zich samen met Breki te ontwikkelen. En dit konden wij bevestigen met een paar artikelen uit Nederlandse kranten waarin stond dat Nederlandse scholen (ondanks de nieuwe wet op 1 augustus) kinderen met een handicap weigerden. Onze school was er een van.
Wij waren eigenlijk radeloos en zagen geen oplossing. Wij dachten er serieus over terug te gaan naar Ysland. Naar een maatschappij waar kinderen met een handicap naar reguliere scholen gaan zonder vragen, zonder te vechten. Zij gaan gewoon naar school zoals alle andere kinderen en krijgen de extra hulp die zij nodig hebben op school.
Maar wij hebben besloten om toch nog een jaar hier te blijven. Wij hebben samen met de ambulante begeleider een oplossing aan de school voorgelegd, die de school heeft geaccepteerd. Breki zit nu in groep drie. Hij heeft een krachtige juf die niet op zijn handicap gefocused is. De juf zit nu met een ander probleem. Breki is verder in zijn ontwikkeling dan de andere kinderen in de groep en hij krijgt nu materiaal aangeboden wat daar meer bij aansluit!
Het was ongeloofelijk moeilijk voor ons om erachter te komen op welke wijze het Nederlandse reguliere schoolsysteem omgaat met kinderen met een handicap. Het is een schande dat zoiets bestaat in een mulitculturele maatschappij als Nederland. Nederland heeft veel internationale verdragen ondertekend, een nieuwe wet ingevoerd maar in werkelijkheid weigeren zij die uit te voeren. Naar mijn mening zal dit snel moeten veranderen.
25 september 2003
Hermína Gunnthorsdottir
De schoolperikelen van Niek
Wij zijn Patty Zervaas en Marty van der Krogt, moeders van Niek. Niek is 16 jaar. Hij kan niet lopen en wordt voortbewogen in een rolstoel. Er zijn nog veel meer dingen die hij niet kan. Er zijn echter ook heel veel dingen die hij wel kan. Hij kan genieten van mensen om zich heen, hij is dol op zwemmen en muziek. Hij gaat graag naar zijn teken- en toneelclub. Niek mag overal zijn wie hij is. Kortom het leven is voor Niek meer dan waard om geleefd te worden. Maar……. Niek kan niets zonder hulp!
Sinds april hebben wij de Stichting Family Futures in het leven geroepen. Wij willen al in een vroeg stadium niet alleen gehandicapten, maar ook hun familie helpen door het bouwen van netwerken. Wij vormen 3 verschillende soorten netwerken. Een netwerk op sociaal vlak (vrienden), mensen die daadwerkelijk de ondersteuning bieden en mensen die meedenken over het leven van iemand. In de praktijk zullen deze netwerken elkaar overlappen. Daarnaast fungeren wij als onafhankelijk belangenbehartiger naar bestaande organisaties en dienstverleningen toe en creëren wij stukjes samenleving die open staan voor inclusie. Inclusie is een samenleving waarvan iedereen deel uitmaakt en niemand wordt buitengesloten, gebruikmakend van de gewone reguliere dingen.
In dit alles is Niek onze pionier. Zo hebben wij hem in augustus 2001 van het kinderdagverblijf gehaald en zijn op zoek gegaan naar een school in de buurt. We zijn gaan praten op de afdeling onderwijs van de gemeente. Hier liepen we destijds al gelijk tegen allerlei onmogelijkheden aan wat betreft wetgeving en aanpassingen en dat terwijl wij juist zoveel mogelijkheden zagen. Aangezien de gemeente niet van plan was ons verder te helpen hebben we de stoute schoenen aangetrokken en contact gezocht met de Jenaplanschool in de wijk. Een afspraak kwam moeilijk tot stand en daarom hebben we de buurman uitgenodigd. Hij zit in de medezeggenschapsraad en via hem hebben we een afspraak kunnen regelen met de directeur.
Ze was in eerste instantie erg sceptisch en zag veel onmogelijkheden. Wij zeiden dat wij die ook zagen, maar dat wij ook veel mogelijkheden zagen en dat wij die op zijn minst wilden komen vertellen. Uiteindelijk vond ze dat Niek toch een kans moest hebben. De betreffende leerkracht werd benaderd en nog dezelfde week belde ze dat Niek het voor 1 dagdeel mocht komen proberen. Er werd gekeken hoe en wanneer Niek het beste zou kunnen deelnemen aan de lessen en na overleg met zijn juf en zijn ondersteuner werd er besloten voor de maandagmiddag in de hoogste groep van de basisschool. De kinderen en Niek vonden het geweldig. Ze lazen voor uit Harry Potter, dansten met hem in de speelzaal, renden met hem op het schoolplein en hielpen hem met het knutselen tijdens de projecten.
Na een aantal maanden werd er gekeken of hij meerdere dagdelen kon komen. Dit gaf wat problemen daar een leerkracht uit een andere groep erg negatief was over de komst van Niek. De directeur vond het belangrijk dat het hele team er achter stond en dat we voorlopig die maandagmiddag maar moesten aanhouden om verdere problemen te voorkomen. Uiteindelijk werd er toch na een half jaar met elkaar besloten dat Niek op maandagmiddag en donderdagmiddag mocht komen tijdens de creatieve uren en dat hij dan vooraf luncht op school. In de tussentijd werkten we aan een kindernetwerk. Hierdoor kreeg Niek vrienden waarmee hij ook naar school ging, feestjes bezocht en leuke dingen deed. Als het mooi weer kwamen ze hem ophalen. Veel initiatief vanuit de school was er niet maar we waren blij dat Niek er in ieder geval zijn sociale contacten heeft opgedaan.
Natuurlijk zitten we niet stil. Niek is 16 en hoorde eigenlijk niet meer thuis op de basisschool. Daarom zijn we op zoek gegaan naar een middelbare school. We vonden een ingang bij de land- en tuinbouwschool. Niek is gek op dieren en alles wat met de natuur te maken heeft. De directeur was zeer positief en we kwamen er dan ook in een jubelstemming vandaan. Een maand later kregen we de teleurstellende mededeling dat Niek niet kon komen. Ze waren er als school niet klaar voor en ze werden overspoeld door leerlingen met een hulpvraag. Een brief waarin we nog een poging deden ze op andere gedachten te brengen was tevergeefs.
Via via kwamen we in contact met de directeur van de Mavo. Hij stond niet afwijzend tegenover onze vraag Niek een plek te geven binnen zijn school en zou het in het team bespreken. Wederom gingen we met een goed gevoel naar huis, maar na bijna 2 maanden hadden we nog niets gehoord. Toen we belden bleek er nog niet veel te zijn gebeurd en met excuus beloofde hij zo snel mogelijk actie te ondernemen. En zowaar belde hij een week later dat Niek welkom was. Hij had de directeur van de basisschool gesproken en deze had gezegd, ‘je moet er goed over na denken, maar als je besluit het te doen is het een verrijking voor de school.’ Dit had hem en het team overtuigd. Niek zou wat hem betreft in het nieuwe schooljaar kunnen beginnen. Zo zou hij kunnen meegroeien met de kinderen uit zijn klas. Jammer vonden wij, want tegen die tijd is Niek 17 en de kinderen uit zijn klas 12. Een te groot verschil op die leeftijd. In een nader gesprek over hoe, wat en wanneer bleek dat we het helemaal zelf mochten invullen met als resultaat: dat Niek op dinsdagmorgen en donderdagmiddag mag komen. Hij woont dan de vakken techniek en tekenen bij en blijft met zijn klasgenoten lunchen op school. Hij kwam in klas 2b en Ringo (een manlijke ondersteuner van Niek) gaat de brug leggen met de leerkrachten en jongelui, en zal hem daarbij ondersteunen. Begin februari heeft Niek zijn eerste wielen in de Mavo zetten en misschien de weg vrij gemaakt zodat velen hem kunnen volgen. We houden jullie op de hoogte.
In ’t Hazzo te Waalre vond op 28 april een bijzondere avond plaats. De gemeente Waalre ondertekende samen met vier andere organisaties een intentieverklaring gericht op het bevorderen van Inclusief onderwijs in Waalre
Veel ouders, beleidsmakers en vertegenwoordigers uit het onderwijs in Waalre waren bij elkaar gekomen om te discussiëren over de mogelijkheden en onmogelijkheden om leerlingen met een beperking normaal deel te laten nemen aan het onderwijs. Is het mogelijk het onderwijs zo te organiseren dat kinderen met een handicap niet meer buiten hun eigen wijk naar het speciaal onderwijs moeten. Deze kinderen zitten soms meer dan twee uur per dag in een busje.
Politiek draagvlak
Voorafgaand aan de avond heeft een aantal organisaties, zoals de Federatie van Ouderverenigingen Zuidoost Brabant, MEE Eindhoven en de Kempen en het Platform Gehandicaptenbeleid Waalre het thema op de politieke agenda van de gemeente Waalre gekregen. Met name de lokale afdeling van D66 heeft het initiatief opgepakt.
Mede door de inzet van deze fractie is in de gemeenteraad van Waalre uitgesproken dat in principe alle kinderen op een school in Waalre terecht moeten kunnen komen. Ook de kinderen met een indicatie voor speciaal onderwijs. Bovendien heeft de raad op 27 juli 2004 het voorstel van D66 overgenomen om de automatische eigen bijdrage voor het leerlingenvervoer af te schaffen. Daardoor zijn ouders verlost van de extra kosten als hun kinde buiten Waalre naar het speciaal onderwijs moet. Volgens D66 hebben deze ouders geen keuze en worden zij al vaak voor extra kosten geplaatst. Bovendien krijgen de reguliere scholen, die kinderen met een beperking toelaten, van de gemeente Waalre het bedrag uitgekeerd dat de gemeente anders kwijt zou zijn geweest aan de kosten voor het leerlingenvervoer. Deze middelen komen bovenop het geld dat voor de school beschikbaar komt in het kader van de leerling gebonden financiering (LGF)
Kinderen trekken zich aan elkaar op
Resultaten die aanspreken maar ook vragen om uitwerking. Zeggen dat leerlingen met een beperking welkom zijn is één ding, het moet ook worden waargemaakt. De informatie- en discussieavond bood de mogelijkheid om het draagvlak verder uit te bouwen en meningen en gevoelens te peilen. Via een aantal toespraken en discussie aan de hand van vier stellingen kwamen deze goed boven tafel. De vertegenwoordigers van onderwijs gaven aan dat zij hard werken aan het toegankelijk maken van het onderwijs. Maar tijd en faciliteiten ontbreken. Ouders lieten in hun verhalen horen dat het regulier onderwijs meer kansen kan bieden aan kinderen met een beperking. Ze kunnen zich optrekken aan leeftijdgenootjes. Een van de ouders gaf bijvoorbeeld aan dat de taalvaardigheid van haar kind zo verbeterde dat de diensten van een logopedist niet meer nodig zijn. Keerzijde van deze medaille is ook dat leerlingen zonder beperking leren omgaan met kinderen die anders zijn. Ik wist als volwassene niet hoe ik me moest gedragen toen ik voor het eerst met iemand in een rolstoel in gesprek raakte, zo vertelde een van de deelnemers. Door kinderen met en zonder beperking samen naar school te laten gaan, kunnen we beide groepen de kans geven te leren om met elkaar om te gaan. Waardoor deze kinderen als ze volwassen zijn elkaar wel verstaan en met elkaar omgaan. Duidelijk werd ook dat niet elk kind met een beperking zijn draai vindt in het regulier onderwijs. Maar of dat aan de beperking van een kind ligt of aan de creatieve oplossingen die een onderwijsinstelling kan bedenken en realiseren, was een discussie waar de deelnemers in ’t Hazzo er met elkaar niet uitkwamen. Verschillende sprekers zagen mogelijkheden in de ontwikkelingen als de brede school en moderne lesmethoden als teamteaching.
Intentieverklaring
Aan het slot van de avond hebben de gemeente Waalre, het RfvO Zuidoost Brabant, MEE Eindhoven en de Kempen, SKOZOK en Platform gehandicaptenbeleid Waalre een intentieverklaring getekend. Hiermee willen ze elkaar en de gemeente Waalre verplichten inspanningen te blijven verrichten om inclusief onderwijs in Waalre mogelijk te maken waardoor in de toekomst geen enkel kind vanwege een beperking buiten de gemeentegrenzen naar school moet gaan. Elk jaar in de periode maart-april zal er een gezamenlijke rapportage verschijnen en overhandigd worden aan de gemeenteraad. Hierin wordt onder andere opgenomen wat er in de voorgaande periode aan inspanningen is gepleegd en wat de resultaten zijn.
Intentieverklaring
Met het ondertekenen van deze intentieverklaring benadrukken de ondertekenaars het belang en de noodzaak van de (verdere) ontwikkeling van het ‘inclusief basisonderwijs’ in Waalre. Het biedt kinderen de mogelijkheid om binnen de eigen mogelijkheden te participeren in het basisonderwijs en daarmee binnen de samenleving van Waalre. Hiermee wordt ook gevolg gegeven aan de wens van de gemeenteraad dat het voor alle kinderen in Waalre mogelijk wordt deel te nemen aan het basisonderwijs in de eigen gemeente, ondanks eventuele beperkingen die zij hebben.
Partijen erkennen de noodzaak van ‘inclusief onderwijs’. Om dit te bereiken is extra ondersteuning, begeleiding of middelen nodig. Met deze intentieverklaring geven de partijen aan zich te willen inzetten voor het ‘inclusief onderwijs’ en bevestigen dat een gezamenlijke inspanning nodig is om dit te bereiken.
Met de ondertekening van deze intentieverklaring wordt verklaard dat:
Ieder jaar in de periode maart-april er een gezamenlijke rapportage zal plaatsvinden aan de gemeenteraad van Waalre waarin wordt weergegeven:
RFvO Zuid Oost Brabant Waalre
drs. A.P.M. van Hagen
Voorzitter
Platform Gehandicaptenbeleid
F. Stetter
Voorzitter
MEE Eindhoven en De Kempen
drs L.A.J.M. Middelhoff
Directeur
Gemeente Waalre
Drs. F.P.H.M. Creemers
Wethouder
SKOZOK; Samen koersen op zichtbare onderwijskwaliteit
drs. H.M.G. Derk
Algemeen directeur
Er zijn gelukkig steeds meer mensen die het kostenplaatje en de praktische invulling aan de achterkant van het eigenlijke probleem durven te plaatsen. Hoe on-Nederlands dit ook moge zijn. Deze mensen beseffen dat er in onze samenleving kostbare waarden op het spel staan die verder gaan dan het "fatsoen moet je doen" van onze Balkenende. Waarden die vóór alles vragen om principebesluiten. Mensen die hiervoor daadwerkelijk hun nek uit steken moeten we daarom in het zonnetje zetten.
Ik heb geen idee of inclusief onderwijs duurder of goedkoper zal blijken. Eerlijk gezegd wil ik daar ook niet over redetwisten. Ik zie er geen heil in me nu al te mengen in de eindeloze discussies over geld en praktische haalbaarheid. Wanneer ik dat doe, ga ik min of meer accoord met het feit dat er in Nederland mensen zijn die hun recht op keuzevrijheid, zelfbeschikking en deelname vanwege financiele motieven kunnen verspelen. Dat wil ik niet. Door het uitsluiten van kinderen en volwassenen krijgen we een rekening gepresenteerd. Deze rekening laat zich niet direct in euro's uitdrukken maar maakt ons op het gebied van beschaving dagelijks wel een flink stuk armer. Wanneer mensen dát eenmaal gaan beseffen wordt het vinden van praktische oplossingen eerder noodzaak dan een afweging. Wij moeten met elkaar vooral de roep om werkelijke beschaving blijven versterken denk ik.
LEREN IS EEN PROCES EN GEEN UITKOMST!
Een zeer geproefde manier van inclusief onderwijs is COÖPERATIEF LEREN. Hier is de leerkracht een begeleider en iedereen kan op zijn eigen manier deelnemen. Je leert creatief denken, omgaan met verschillen, oplossingen bedenken en daardoor bereik je een veel hoger niveau.
KENT U DE SALAMANCA VERKLARING VAN UNESCO?
SALAMANCA STATEMENT
De Salamanca Verklaring van de UNESCO verklaart dat:
De Verklaring roept regeringen met klem op om:
Vragen en/of opmerkingen? Neemt u dan gerust contact met ons op.